Vincent: een beginnend kunstenaar

Hoeveel werken Vincent in Etten heeft gemaakt is niet duidelijk. Hij beschouwt ze zelf vooral als eerste schetsen, studies, en beschrijft ze in zijn brieven niet zo nauwkeurig als het latere werk. Bovendien zijn veel werken verspreid geraakt bij de verhuizing van Moeder Van Gogh naar en uit Breda.
Vincent studeert aanvankelijk naar academische lesboeken die hij nog kent uit zijn tijd bij Goupil & Cie. Daarnaast werkt hij naar voorbeeld van oude meesters, zoals Dürer en Millet, en naar foto- en houtgravures die hij vooral in geïllustreerde tijdschriften vindt en waarvan hij een verzameling aanlegt.

Beginperiode: voorliefde voor boerenschilders

Opmerkelijk is hoe Vincent in de beginperiode in Etten al tot de thematiek komt waar hij zijn verdere leven door gefascineerd blijft. Hier al blijkt zijn voorliefde voor boerenschilders als Millet en Breton. Vincent wil in hun voetsporen treden. Hij tekent voornamelijk de boeren op het land, de arbeiders, en het landschap zelf. Zijn hele verdere leven blijft Vincent geboeid door figuurstudies, arbeiders, het boerenland, en de boerenbehuizing. En waar hij in Etten de karakteristieke knotwilgen ontdekt, vergelijkt hij die later met de getormenteerde cipressen en olijfbomen in St. Remy.

Locaties

Het liefst werkt de beginnende kunstenaar op de hei, tussen Seppe en ’t Heike, langs de Roosendaalschweg. Hoewel hij hier nog wat onbeholpen en onzeker overkomt met het tekenen van figuren en huisjes, is zijn hand ervaren in het vullen van vlakken op een haast grafische manier. Dat blijft karakteristiek voor zijn werk.

De Zaaier

Over de zaaier naar Millet, schrijft Vincent al aan Theo vanuit de Borinage. In Etten maakt hij de zaaier opnieuw. Het thema ligt hem na aan het hart, niet alleen als symbool voor het boerengenre, maar juist ook vanwege de bijbelse betekenis. Als evangelist had hij zichzelf gezien als zaaier van het woord. Ook later in Arles schildert hij weer zaaiers.

Modellen

Vincent maakt studies van houthakkers en ambachtslieden. Tekent spitters, zaaiers, ploegers etc. Met een aantal modellen heeft hij een intensiever contact: met Piet Kaufmann uit de IJzeren Pot in het Leurschestraatje, Cornelis Schuitemaker van ’t Heike en de families Oostrijck en De Graaf. In brieven aan Theo rept hij haast met geen woord over zijn contacten met de Ettenaren. Zij typeren hem later in interviews met Benno Stokvis als een ernstige, serieuze man, die niet trots is, maar zich juist veel ophoudt met de armen van het dorp. Opvallend is dat Vincent vooral bij de Protestanten tekent.

De meest bekende tekening uit de tijd in Etten is ‘Worn Out’, of wel ‘Boer bij het vuur’, uit september 1881, waarvoor Cornelis Schuitemaker model stond. Het thema is ontleend aan geïllustreerde tijdschriften, waarin in de jaren zestig en zeventig van de negentiende eeuw een duidelijke voorkeur ontstond voor sociaal getinte onderwerpen. Om zich te bekwamen in het portret tekent Vincent ook naar foto’s. De portretten van zijn grootvader en zijn zus Wil zijn op die manier tot stand gekomen.

After you have typed in some text, hit ENTER to start searching...

Facebook

Twitter